vrije grond
= is =
vruchtbare grond

Jan Saal is voorzitter van Stichting Loverendale In dit artikel gaat hij in op de achtergrond van de doelstellingen van Loverendale om grond vrij te maken voor de biologsch-dynamische landbouw.

Vrije grond voor voedselproductie.
Sinds de industrialisering van de landbouw na de tweede wereldoorlog dreigt de landbouwgrond onbetaalbaar te worden. Het gevolg is dat agrariërs steeds intensiever moeten gaan werken om voldoende rendement uit de beperkte hoeveelheid grond te halen. Deze vicieuze cirkel wordt steeds knellender. Jonge boeren kunnen nauwelijks nog aan de slag en moeten onverantwoorde schulden aangaan. Biologische boeren komen in de knel omdat zij niet bereid zijn om de hogere lasten voor de landbouwgrond te compenseren met een verdere industrialisering van de landbouw.
De voortrekkersrol van de biologisch-dynamische landbouw moet zich ook gaan uitstrekken tot de sociaal economische structuur van de landbouw. Oorzaken, gevolgen en oplossingen zijn echter gecompliceerd. Toch moeten er wegen gevonden worden om de landbouwgrond af te schermen tegen nog verdere prijsopdrijving.

Vrije grond voor voedselproductie.

We zijn er aan gewend dat grond wordt verkocht. Het is een relatief simpel te begrijpen principe, dat in Nederland op dit moment kennelijk weinig onvrede veroorzaakt. Het eigendom is over veel mensen gespreid en de wet en wetshandhaving is van dien aard, dat uitwassen niet mogelijk lijken. De schijn bedriegt echter helaas. Immers we moeten constateren dat de land en tuinbouw en de veeteelt zoals deze gangbaar worden beoefend niet ecologisch verantwoord zijn. Laat staan dat er een echte discussie over voedingskwaliteit gaande is. De genetische manipulatie van gewassen en dieren en de ernstige milieuproblemen completeren de grote problemen die op dit moment actueel zijn. Je kunt je natuurlijk afvragen in hoeverre deze problemen samenhangen met het eigendomsvraagstuk. Het is inderdaad minder eenvoudig om de verbanden die er zijn aan te geven en te doorzien.

Eigendom en waarde
Omdat grond te koop is, heeft ze ook een waarde. De waarde realiseert zich in transacties, waarbij het eigendom van de een naar de ander overgaat. Natuurlijk zit in zo'n overgang ook iets zinvols.Wanneer de ene eigenaar niets met de grond weet te beginnen, en de andere eigenaar wel.Wanneer echter het gebruiksrecht te koop is, is het te verwachten dat economische, financiële motieven bij zo'n overdracht een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Dit is vooral het geval
wanneer het ene gebruik veel meer oplevert dan het andere gebruik. Dit is bijzonder het geval wanneer er speculatief kan worden ingegaan op mogelijk toekomstig gebruik.Wanneer bijvoorbeeld de mogelijkheid bestaat dat landbouwgrond de bestemming krijgt tot bouwgrond, dan gaat de waarde in het economisch verkeer spectaculair omhoog. In tijden van tekort aan bouwgrond loont speculatie op dit gebied bijzonder. Wanneer de beschikbare grond schaars is, en dat is in Nederland het geval, drukt deze schaarste zich economisch uit in een hoge waarde. Hiermee is het schaarste probleem echter niet opgelost.

De echte vraag is:
Wie gaat de grond waarvoor gebruiken?

Dit is een vraag die via het rechtsleven moet worden opgelost, en dus niet door de hoogste bieder. Op dit moment grijpt het rechtsleven in via bestemmingsplannen. Deze bestemmingsplannen bevorderen echter niet het goede gebruik, maar zijn een instrument bij de speculatie in grond. Speculanten kopen grond aan waarvan ze een bestemmingsplanwijziging verwachten die de waarde van de grond verhoogt.Uitbreiding van stedelijk gebied veroorzaakt uitkopen van boeren, die dan veel geld beschikbaar hebben om een nieuw bedrijf aan te kunnen kopen. Wanneer. zij kunnen bieden op de schaars beschikbare grond, veroorzaken zij door een prijsopdrijving een waardeopdrijving van alle andere grond, omdat die waarde gekoppeld wordt aan gerealiseerde prijzen. Daardoor komt de waarde van grond terecht in de waan van het moment, terwijl die waarde en het gebruik juist vraagt om lange termijn aanpak.

Eigendom en gebruik
Het gebruik van grond is in belangrijke mate afhankelijk van de ontwikkeling van de gebruiker. Onze rechtsverhoudingen zijn, zeker wat betreft het eigendomsrecht, voornamelijk geënt op het Romeinse recht, dat 2000 jaar geleden tot stand is gekomen. Volgens dat recht is het aan de eigenaar van de grond om te bepalen op welke wijze de grond gebruikt wordt en door wie. Dit heeft in eerste instantie tot gevolg dat de winstmotieven van eigenaars doorgezet worden in het gebruik van de grond. Daarbij wordt de grond steeds meer als waardevormende economische factor gezien en een boerenbedrijf als een soort fabriek. Investeren in grond wil dan zeggen investeren in productiecapaciteit Dat wil echter meteen zeggen dat grond afgeschreven en verbruikt mag worden. Dit staat echter lijnrecht tegenover de gedachten aan een levende aarde die behoed en verzorgd moet worden.

Hoe gaat de mens om met de grond.
Wanneer we de ontwikkeling van de mens op een bepaalde manier willen beschrijven, dan zouden we dat kunnen doen door de onderstaande volgorde aan te geven in mensen, die elk op een bepaalde wijze met de grond omgaan.

  1. natuurmens
2. boer
3. culturele mens
4. economische mens
5. biologische boer
6. BD boer
  1. De natuurmens neemt de aarde zoals hij is. Hij zoekt wat hij nodig heeft voor zijn behoefte en gebruikt dat. Hij is niet geneigd om de aarde te bewerken of te veranderen.
  2. Toen de jagende natuurmens zich ging vestigen en het land bewerken, werd hij boer. Het land werd bebouwd en bewerkt in overeenstemming met de natuur en in een zeker ecologisch evenwicht.
  3. De cultuurmens heeft door het bouwen van steden en het aanleggen van wegen wel een grote invloed gehad op de aarde, met name door grond te onttrekken aan de landbouw.
  4. De economische mens gaat daar verder in. Niet alleen ontrekt deze grond aan de agrarische bestemming, maar ook grondstoffen worden in de economie verbruikt. De economische mens gaat een stap te ver wanneer ook het natuurlijk leven als een economisch proces wordt beschouwd. Dan worden niet alleen grond en grondstoffen aan de natuur onttrokken, maar wordt ook de natuur zelf voor productiedoeleinden ingezet. Dit leidt tot een soort landbouwindustrie, zonder respect voor het leven en zonder ecologisch evenwicht. De koe wordt dan melkmachine.
  5. Door ontwikkeling van bewustzijn kan de mens zich uit de dodelijke greep van de economische benadering ontrekken. Door een bewustzijn voor de ecologische processen in de natuur te ontwikkelen wordt de mens biologische boer.
  6. Door bewustzijn te ontwikkelen voor de daarachter liggende geestelijke werkelijkheid kan hij BD boer worden.Met deze ontwikkelingsstappen zien we steeds het gebruik van de grond veranderen. Nu is het zo dat in de huidige maatschappij mensen naast elkaar leven en ook moeten kunnen leven, met een verschillend ontwikkelingsniveau. Dit betekent echter wel dat het voor een soort zelfbescherming van de mensheid noodzakelijk is dat er grenzen worden gesteld aan de mogelijkheden die de culturele mens en de economische mens hebben om grond te onttrekken aan de natuur en vooral om dodelijk in te werken op de levende bodem, die noodzakelijk is voor de voortbrenging van levend voedsel. De mogelijkheid om het eigendomsrecht van grond te kunnen kopen plaatsen de culturele mens en vooral de economische mens echter juist in een voordeel in plaats van in een nadeel. In plaats dat hun mogelijkheden begrensd worden, worden ze verruimd.
Eigendom en eigendomsrecht
Zoals reeds aangegeven rust ons huidige eigendomsrecht nog op het Romeinse eigendomsrecht,dat reeds 2000 jaar oud is. Bovendien had dit eigendomsrecht toen betrekking op een bovenlaag van burgers en niet op een onderlaag van slaven. De omstandigheden in onze huidige maatschappij zijn sindsdien wel radicaal gewijzigd. In de praktijk blijkt wel dat er allerlei aanpassingen zijn op het eigendomsrecht, zonder dat die aanpassingen gecombineerd worden met het eigendomsrecht.
Bijvoorbeeld: de vigerende bestemmingsplannen hebben een sterk beperkende werking op de gebruiksmogelijkheden van de eigenaars. De mestwetgeving en andere milieuwetgeving beperken de rechten van de grondeigenaar eveneens sterk.
Maar ook pachtconstructies geven rechten aan gebruikers van grond en beperken de rechten van de eigenaars. Dergelijke voorbeelden zou je uit kunnen breiden met allerlei andere zaken, we houden ons nu even bij de grond. Het komt er op neer dat het omvattende eigendomsrecht uit de Romeinse tijd omgevormd moet worden naar een gedifferentieerd eigendomsrecht in de huidige tijd.

Mijn voorstel hierbij is om het omvattende eigendomsrecht onder te verdelen in vier subrechten.
  1. Het verbruiksrecht of het gebruiksrecht.
    Voor grond betekent dit dat degene die boert op de grond in het bezit is van dit aspect van het eigendomsrecht.
  2. Het bestemmingsrecht.
    Voor grond betekent dit het recht om aan te wijzen wie het gebruiksrecht mag uitoefenen. Dat kan de vraag betreffen welke boer op een bepaald bedrijf mag werken, maar ook de vraag wie de boer aanstelt om bepaalde werkzaamheden te doen.
  3. Het beheerrecht.
    Dit betreft het recht om bepaalde investeringen te doen. Het gaat hierbij om de vraag op welke wijze vermogen wordt aangewend. Bij grond kan het om de vraag gaan of een bepaald stuk land of een bepaald gebouw worden aangekocht.
  4. Het identiteitsrecht. Dit recht betreft de vraag of een bepaald bedrijf of een bepaald stuk grond zich bij een bepaalde beweging mag voegen. Bijvoorbeeld de vraag of een boer een BD bedrijf heeft of niet.Door het eigendomsrecht in deze deelrechten op te splitsen, wordt het mogelijk om eigendomsvragen op een gedifferentieerde manier op te lossen.
Bijvoorbeeld:
Wanneer een boer een stuk grond wil gaan bewerken, dan wil hij zelf wel graag bepalen op welke wijze hij de grond wil gaan bewerken. Dat wil zeggen dat het gebruiksrecht bij hem moet komen te vallen, plus het bestemmingsrecht met betrekking tot eventuele medewerkers.
Het beheerrecht zou bijvoorbeeld bij stichting BD-Grondbeheer kunnen vallen. De Demetercommissie maakt uit of hij zich een BD boer mag noemen en stichting Loverendale bepaalt of het een Loverendale bedrijf kan zijn. Het is nog de vraag welke mensen mogen bepalen of het nu deze boer moet zijn of een andere boer. Persoonlijk denk ik dat we nog een soort bestemmingscommissie moeten benoemen. Het is waarschijnlijk dat deze commissie bestaat uit een soort afgevaardigden van zowel de BD vereniging, als de BD boeren, als ook de beheerstichtingen. Een dergelijke commissie stelt een of meer kandidaten voor, waarna via voorkeurstem en geen bezwaar alle direct betrokkenen aangeven wie zij willen hebben. De commissie neemt dan een eindbeslissing. Elk recht dat verkregen wordt kent verplichtingen als tegenpool. Wanneer de afspraak tot stand komt, wordt gesproken over rechten en plichten en moet een overeenstemming tot stand komen
wil de transactie door kunnen gaan.

Overgang van eigendom
Wanneer we het eigendomsrecht differentiëren zoals hierboven is aangegeven, kan de overgang van eigendom niet meer betekenen dat eenvoudig de grond wordt gekocht en daarmee uit. Er zal een ingewikkelder proces moeten worden doorlopen, waarbij de verschillende rechten en plichten op elkaar moeten worden afgestemd. Daarbij moeten dan de belangen en mogelijkheden van alle betrokken partijen worden meegewogen. Toch is het noodzakelijk dat deze meer gecompliceerde aanpak wordt gekozen, willen we op langere termijn er in slagen om de BD landbouw een reële toekomst te geven. Doen we dat niet, dan zal de individuele boer eigenaar blijven van de grond en zal deze bij bedrijfsbeëindiging toch zoeken naar zijn persoonlijk beste situatie. Het gevolg zal zijn dat BD bedrijven gangbaar worden verkocht, omdat daar het meeste geld beschikbaar is. Dat wil tegelijk zeggen dat BD bedrijven altijd weer nieuwe bedrijven zullen zijn die met weinig moeten beginnen en een groot deel van hun bestaan moeten besteden om qua grootte en investeringsniveau op een redelijk niveau te kunnen komen.

Beheer bij stichtingen
Door neutralisatie van het eigendom wordt het beheerrecht gelegd bij beheer stichtingen. Hierdoor hoeft de grond niet opnieuw verkocht te worden, waardoor het waarderen van de grond in ieder geval komt te vervallen. Vervolgens blijft inderdaad de vraag over op welke wijze de oude boer het bedrijf verlaat en de jonge boer het bedrijf in beheer neemt. Het in proces oplossen van dit vraagstuk, zodanig dat gezocht wordt naar redelijke pensioencondities voor de uittredende boer en dat jonge boeren met voldoende capaciteiten op het bedrijf verder kunnen gaan, zal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de gemeenschapsvorming binnen de BD beweging en daarmee aan de ontwikkeling van de BD beweging.

Het vrij maken van grond betekent dus iets op verschillende gebieden.

  • Vrij maken van grond betekent de grond laten kopen door beheerstichtingen, die deze grond in gebruik geven bij boeren met capaciteiten, die volgens de BD methode gaan werken.
  • Deze stichtingen hebben daarvoor vrij geld nodig, om binnen de huidige rechtsverhoudingen de benodigde gronden in eigendom te kunnen verwerven. Vrij geld is belangrijk, omdat anders de boeren naast hun opdracht richting aarde en consument ook nog worden opgezadeld met de verplichting om de geldgevers in hun onderhoud te voorzien door een onredelijk bedrag aan rente of pacht te betalen.

Het is een verantwoordelijkheid van de beheerstichtingen om in elke situatie te bepalen op welke wijze zij verantwoord de nodige gelden kunnen aantrekken, met het behoud van hun vrijheid op lange termijn. Het is ook hun verantwoordelijkheid om gronden en bedrijven zodanig aan te kopen, dat de boeren in staat worden gesteld om verantwoord een BD bedrijf te kunnen runnen.
Vrij maken van grond betekent dus ook een verantwoordelijkheid naar het opvolgingsvraagstuk. Welke opleidingsmogelijkheden zijn er voor jonge boeren en op welke wijze wordt onderscheid gemaakt tussen boeren met voldoende capaciteiten en boeren die onvoldoende capaciteiten hebben.
Vrij maken van grond betekent ook een verantwoordelijkheid naar de organisatie van de afzet van produkten. Ik stel me voor dat het abonnementensysteem een uitstekend instrument kan zijn om gezamenlijk deze verantwoordelijkheid te dragen.
Vrij maken van grond is in het belang van iedereen die wil meewerken aan een vruchtbare toekomst van de BD landbouw. Het is dus niet alleen een belang van boeren en idealisten, maar ook van verwerkers, handelaars, consumenten en idealisten.

Wat is al beschikbaar?
We zijn natuurlijk al veel langer bezig met het vrij maken van grond. Er zijn daardoor al een aantal gedachten, structuren en mensen aanwezig die hiervoor kunnen worden ingezet. Tot op heden is het echter zo, dat deze instrumenten vooral individueel zijn ingezet.

Er zijn bijvoorbeeld een aantal bedrijven met een eigen beheerstichting. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan stichting Avalon, de Brink enz. Stichting BD-Grondbeheer is beschikbaar voor meerdere bedrijven. Stichting Loverendale en Loverendale BV zijn jaren verbonden met Ter Linde en hebben sinds kort de Wilhelminahoeve verworven, en hebben al sinds haar oprichting de doelstelling in grond en gebouwen te investeren t.b.v BD-bedrijven.

Stichting Sleipnir is tot op heden vooral aktief geweest in het zoeken naar een geschikte verhouding tussen ondernemers en kapitaal. Hierbij is onder andere de commanditaire vennootschap als instrument naar voren gekomen.

Loverendale heeft een merk ontwikkeld voor DEMETER-produkten, waarbij merkrechten en fee-relaties zijn ontwikkeld. Met de opbrengsten worden haar doelstellingen uitgevoerd.
Kraaybeekerhof kent zijn omscholingscursus en andere opleidingsmogelijkheden, waarmee jonge boeren hun opleiding kunnen vinden.
Odin heeft het groente-abonnement zover ontwikkeld, dat het een goed instrument kan zijn om samenhang te brengen in de keten tussen producent en consument.
De BD vereniging kent het DEMETER-merk en de voorwaarden waaraan telers, verwerkers en handelaars moeten voldoen. Daarnaast organiseren zij overleg en verdieping voor boeren.
Wanneer al deze mogelijkheden op elkaar worden afgestemd ontstaat een "BD gemeenschap" die in staat is om met de verschillende eigendomsrechten om te gaan. In een dergelijke gemeenschap is het vrij maken van grond niet alleen zinvol maar ook noodzakelijk om de toekomst met vertrouwen tegemoet te kunnen zien.

Jan J.C. Saal
28 mei 1999 (bewerking Frank Loef)

Copyright © Loverendale BV - disclaimer - realisatie Loef-Produkties