Vrije grond voor
voedselproductie.
Sinds de industrialisering van de landbouw
na de tweede wereldoorlog dreigt de landbouwgrond onbetaalbaar
te worden. Het gevolg is dat agrariërs steeds intensiever
moeten gaan werken om voldoende rendement uit de beperkte hoeveelheid
grond te halen. Deze vicieuze cirkel wordt steeds knellender.
Jonge boeren kunnen nauwelijks nog aan de slag en moeten onverantwoorde
schulden aangaan. Biologische boeren komen in de knel omdat
zij niet bereid zijn om de hogere lasten voor de landbouwgrond
te compenseren met een verdere industrialisering van de landbouw.
De voortrekkersrol van de
biologisch-dynamische landbouw moet zich ook gaan uitstrekken
tot de sociaal economische structuur van de landbouw. Oorzaken,
gevolgen en oplossingen zijn echter gecompliceerd. Toch moeten
er wegen gevonden worden om de landbouwgrond af te schermen
tegen nog verdere prijsopdrijving.
Vrije grond voor voedselproductie.
We zijn er aan gewend dat grond wordt verkocht. Het is een relatief
simpel te begrijpen principe, dat in Nederland op dit moment
kennelijk weinig onvrede veroorzaakt. Het eigendom is over veel
mensen gespreid en de wet en wetshandhaving is van dien aard,
dat uitwassen niet mogelijk lijken. De schijn bedriegt echter
helaas. Immers we moeten constateren dat de land en tuinbouw
en de veeteelt zoals deze gangbaar worden beoefend niet ecologisch
verantwoord zijn. Laat staan dat er een echte discussie over
voedingskwaliteit gaande is. De genetische manipulatie van gewassen
en dieren en de ernstige milieuproblemen completeren de grote
problemen die op dit moment actueel zijn. Je kunt je natuurlijk
afvragen in hoeverre deze problemen samenhangen met het eigendomsvraagstuk.
Het is inderdaad minder eenvoudig om de verbanden die er zijn
aan te geven en te doorzien.
Eigendom
en waarde
Omdat grond te koop is, heeft ze ook een waarde. De waarde
realiseert zich in transacties, waarbij het eigendom van de
een naar de ander overgaat. Natuurlijk zit in zo'n overgang
ook iets zinvols.Wanneer de ene eigenaar niets met de grond
weet te beginnen, en de andere eigenaar wel.Wanneer echter
het gebruiksrecht te koop is, is het te verwachten dat economische,
financiële motieven bij zo'n overdracht een steeds belangrijkere
rol gaan spelen. Dit is vooral het geval
wanneer het ene gebruik veel meer oplevert dan het andere
gebruik. Dit is bijzonder het geval wanneer er speculatief
kan worden ingegaan op mogelijk toekomstig gebruik.Wanneer
bijvoorbeeld de mogelijkheid bestaat dat landbouwgrond de
bestemming krijgt tot bouwgrond, dan gaat de waarde in het
economisch verkeer spectaculair omhoog. In tijden van tekort
aan bouwgrond loont speculatie op dit gebied bijzonder. Wanneer
de beschikbare grond schaars is, en dat is in Nederland het
geval, drukt deze schaarste zich economisch uit in een hoge
waarde. Hiermee is het schaarste probleem echter niet opgelost.
De echte vraag is:
Wie gaat de grond waarvoor gebruiken?
Dit is een vraag die via het rechtsleven moet worden opgelost,
en dus niet door de hoogste bieder. Op dit moment grijpt het
rechtsleven in via bestemmingsplannen. Deze bestemmingsplannen
bevorderen echter niet het goede gebruik, maar zijn een instrument
bij de speculatie in grond. Speculanten kopen grond aan waarvan
ze een bestemmingsplanwijziging verwachten die de waarde van
de grond verhoogt.Uitbreiding van stedelijk gebied veroorzaakt
uitkopen van boeren, die dan veel geld beschikbaar hebben
om een nieuw bedrijf aan te kunnen kopen. Wanneer. zij kunnen
bieden op de schaars beschikbare grond, veroorzaken zij door
een prijsopdrijving een waardeopdrijving van alle andere grond,
omdat die waarde gekoppeld wordt aan gerealiseerde prijzen.
Daardoor komt de waarde van grond terecht in de waan van het
moment, terwijl die waarde en het gebruik juist vraagt om
lange termijn aanpak.
Eigendom en gebruik
Het gebruik van grond is in belangrijke mate afhankelijk van
de ontwikkeling van de gebruiker. Onze rechtsverhoudingen
zijn, zeker wat betreft het eigendomsrecht, voornamelijk geënt
op het Romeinse recht, dat 2000 jaar geleden tot stand is
gekomen. Volgens dat recht is het aan de eigenaar van de grond
om te bepalen op welke wijze de grond gebruikt wordt en door
wie. Dit heeft in eerste instantie tot gevolg dat de winstmotieven
van eigenaars doorgezet worden in het gebruik van de grond.
Daarbij wordt de grond steeds meer als waardevormende economische
factor gezien en een boerenbedrijf als een soort fabriek.
Investeren in grond wil dan zeggen investeren in productiecapaciteit
Dat wil echter meteen zeggen dat grond afgeschreven en verbruikt
mag worden. Dit staat echter lijnrecht tegenover de gedachten
aan een levende aarde die behoed en verzorgd moet worden.
Hoe gaat de mens om met de grond.
Wanneer we de ontwikkeling van de mens op een bepaalde manier
willen beschrijven, dan zouden we dat kunnen doen door de
onderstaande volgorde aan te geven in mensen, die elk op een
bepaalde wijze met de grond omgaan.
| |
1. natuurmens
2. boer
3. culturele mens
4. economische mens
5. biologische boer
6. BD boer |
- De natuurmens neemt de aarde zoals hij is. Hij zoekt
wat hij nodig heeft voor zijn behoefte en gebruikt dat.
Hij is niet geneigd om de aarde te bewerken of te veranderen.
- Toen de jagende natuurmens zich ging vestigen en het
land bewerken, werd hij boer. Het land werd bebouwd en bewerkt
in overeenstemming met de natuur en in een zeker ecologisch
evenwicht.
- De cultuurmens heeft door het bouwen van steden en het
aanleggen van wegen wel een grote invloed gehad op de aarde,
met name door grond te onttrekken aan de landbouw.
- De economische mens gaat daar verder in. Niet alleen
ontrekt deze grond aan de agrarische bestemming, maar ook
grondstoffen worden in de economie verbruikt. De economische
mens gaat een stap te ver wanneer ook het natuurlijk leven
als een economisch proces wordt beschouwd. Dan worden niet
alleen grond en grondstoffen aan de natuur onttrokken, maar
wordt ook de natuur zelf voor productiedoeleinden ingezet.
Dit leidt tot een soort landbouwindustrie, zonder respect
voor het leven en zonder ecologisch evenwicht. De koe wordt
dan melkmachine.
- Door ontwikkeling van bewustzijn kan de mens zich uit
de dodelijke greep van de economische benadering ontrekken.
Door een bewustzijn voor de ecologische processen in de
natuur te ontwikkelen wordt de mens biologische boer.
- Door bewustzijn te ontwikkelen voor de daarachter liggende
geestelijke werkelijkheid kan hij BD boer worden.Met deze
ontwikkelingsstappen zien we steeds het gebruik van de grond
veranderen. Nu is het zo dat in de huidige maatschappij
mensen naast elkaar leven en ook moeten kunnen leven, met
een verschillend ontwikkelingsniveau. Dit betekent echter
wel dat het voor een soort zelfbescherming van de mensheid
noodzakelijk is dat er grenzen worden gesteld aan de mogelijkheden
die de culturele mens en de economische mens hebben om grond
te onttrekken aan de natuur en vooral om dodelijk in te
werken op de levende bodem, die noodzakelijk is voor de
voortbrenging van levend voedsel. De mogelijkheid om het
eigendomsrecht van grond te kunnen kopen plaatsen de culturele
mens en vooral de economische mens echter juist in een voordeel
in plaats van in een nadeel. In plaats dat hun mogelijkheden
begrensd worden, worden ze verruimd.
Eigendom en eigendomsrecht
Zoals reeds aangegeven rust ons huidige
eigendomsrecht nog op het Romeinse eigendomsrecht,dat reeds
2000 jaar oud is. Bovendien had dit eigendomsrecht toen betrekking
op een bovenlaag van burgers en niet op een onderlaag van slaven.
De omstandigheden in onze huidige maatschappij zijn sindsdien
wel radicaal gewijzigd. In de praktijk blijkt wel dat er allerlei
aanpassingen zijn op het eigendomsrecht, zonder dat die aanpassingen
gecombineerd worden met het eigendomsrecht.
Bijvoorbeeld: de vigerende bestemmingsplannen hebben een sterk
beperkende werking op de gebruiksmogelijkheden van de eigenaars.
De mestwetgeving en andere milieuwetgeving beperken de rechten
van de grondeigenaar eveneens sterk.
Maar ook pachtconstructies geven rechten aan gebruikers van
grond en beperken de rechten van de eigenaars. Dergelijke voorbeelden
zou je uit kunnen breiden met allerlei andere zaken, we houden
ons nu even bij de grond. Het komt er op neer dat het omvattende
eigendomsrecht uit de Romeinse tijd omgevormd moet worden naar
een gedifferentieerd eigendomsrecht in de huidige tijd.
Mijn voorstel hierbij is om het omvattende eigendomsrecht onder
te verdelen in vier subrechten.
- Het verbruiksrecht of het gebruiksrecht.
Voor grond betekent dit dat degene die boert op de grond
in het bezit is van dit aspect van het eigendomsrecht.
- Het bestemmingsrecht.
Voor grond betekent dit het recht om aan te wijzen wie het
gebruiksrecht mag uitoefenen. Dat kan de vraag betreffen
welke boer op een bepaald bedrijf mag werken, maar ook de
vraag wie de boer aanstelt om bepaalde werkzaamheden te
doen.
- Het beheerrecht.
Dit betreft het recht om bepaalde investeringen te doen.
Het gaat hierbij om de vraag op welke wijze vermogen wordt
aangewend. Bij grond kan het om de vraag gaan of een bepaald
stuk land of een bepaald gebouw worden aangekocht.
- Het identiteitsrecht. Dit recht betreft de vraag of een
bepaald bedrijf of een bepaald stuk grond zich bij een bepaalde
beweging mag voegen. Bijvoorbeeld de vraag of een boer een
BD bedrijf heeft of niet.Door het eigendomsrecht in deze
deelrechten op te splitsen, wordt het mogelijk om eigendomsvragen
op een gedifferentieerde manier op te lossen.
Bijvoorbeeld:
Wanneer
een boer een stuk grond wil gaan bewerken, dan wil hij zelf
wel graag bepalen op welke wijze hij de grond wil gaan bewerken.
Dat wil zeggen dat het gebruiksrecht bij hem moet komen te vallen,
plus het bestemmingsrecht met betrekking tot eventuele medewerkers.
Het beheerrecht zou bijvoorbeeld bij stichting BD-Grondbeheer
kunnen vallen. De Demetercommissie maakt uit of hij zich een
BD boer mag noemen en stichting Loverendale bepaalt of het een
Loverendale bedrijf kan zijn. Het is nog de vraag welke mensen
mogen bepalen of het nu deze boer moet zijn of een andere boer.
Persoonlijk denk ik dat we nog een soort bestemmingscommissie
moeten benoemen. Het is waarschijnlijk dat deze commissie bestaat
uit een soort afgevaardigden van zowel de BD vereniging, als
de BD boeren, als ook de beheerstichtingen. Een dergelijke commissie
stelt een of meer kandidaten voor, waarna via voorkeurstem en
geen bezwaar alle direct betrokkenen aangeven wie zij willen
hebben. De commissie neemt dan een eindbeslissing. Elk recht
dat verkregen wordt kent verplichtingen als tegenpool. Wanneer
de afspraak tot stand komt, wordt gesproken over rechten en
plichten en moet een overeenstemming tot stand komen
wil de transactie door kunnen gaan.
Overgang
van eigendom
Wanneer we het eigendomsrecht differentiëren zoals hierboven
is aangegeven, kan de overgang van eigendom niet meer betekenen
dat eenvoudig de grond wordt gekocht en daarmee uit. Er zal
een ingewikkelder proces moeten worden doorlopen, waarbij
de verschillende rechten en plichten op elkaar moeten worden
afgestemd. Daarbij moeten dan de belangen en mogelijkheden
van alle betrokken partijen worden meegewogen. Toch is het
noodzakelijk dat deze meer gecompliceerde aanpak wordt gekozen,
willen we op langere termijn er in slagen om de BD landbouw
een reële toekomst te geven. Doen we dat niet, dan zal
de individuele boer eigenaar blijven van de grond en zal deze
bij bedrijfsbeëindiging toch zoeken naar zijn persoonlijk
beste situatie. Het gevolg zal zijn dat BD bedrijven gangbaar
worden verkocht, omdat daar het meeste geld beschikbaar is.
Dat wil tegelijk zeggen dat BD bedrijven altijd weer nieuwe
bedrijven zullen zijn die met weinig moeten beginnen en een
groot deel van hun bestaan moeten besteden om qua grootte
en investeringsniveau op een redelijk niveau te kunnen komen.
Beheer bij stichtingen
Door neutralisatie van het eigendom wordt het beheerrecht
gelegd bij beheer stichtingen. Hierdoor hoeft de grond niet
opnieuw verkocht te worden, waardoor het waarderen van de
grond in ieder geval komt te vervallen. Vervolgens blijft
inderdaad de vraag over op welke wijze de oude boer het bedrijf
verlaat en de jonge boer het bedrijf in beheer neemt. Het
in proces oplossen van dit vraagstuk, zodanig dat gezocht
wordt naar redelijke pensioencondities voor de uittredende
boer en dat jonge boeren met voldoende capaciteiten op het
bedrijf verder kunnen gaan, zal een belangrijke bijdrage kunnen
leveren aan de gemeenschapsvorming binnen de BD beweging en
daarmee aan de ontwikkeling van de BD beweging.
Het vrij maken van grond betekent dus iets op verschillende
gebieden.
- Vrij maken van grond betekent de grond laten kopen door
beheerstichtingen, die deze grond in gebruik geven bij boeren
met capaciteiten, die volgens de BD methode gaan werken.
- Deze stichtingen hebben daarvoor vrij geld nodig, om binnen
de huidige rechtsverhoudingen de benodigde gronden in eigendom
te kunnen verwerven. Vrij geld is belangrijk, omdat anders
de boeren naast hun opdracht richting aarde en consument
ook nog worden opgezadeld met de verplichting om de geldgevers
in hun onderhoud te voorzien door een onredelijk bedrag
aan rente of pacht te betalen.
Het is een verantwoordelijkheid van de beheerstichtingen
om in elke situatie te bepalen op welke wijze zij verantwoord
de nodige gelden kunnen aantrekken, met het behoud van hun
vrijheid op lange termijn. Het is ook hun verantwoordelijkheid
om gronden en bedrijven zodanig aan te kopen, dat de boeren
in staat worden gesteld om verantwoord een BD bedrijf te kunnen
runnen.
Vrij maken van grond betekent dus ook een verantwoordelijkheid
naar het opvolgingsvraagstuk. Welke opleidingsmogelijkheden
zijn er voor jonge boeren en op welke wijze wordt onderscheid
gemaakt tussen boeren met voldoende capaciteiten en boeren
die onvoldoende capaciteiten hebben.
Vrij maken van grond betekent ook een verantwoordelijkheid
naar de organisatie van de afzet van produkten. Ik stel me
voor dat het abonnementensysteem een uitstekend instrument
kan zijn om gezamenlijk deze verantwoordelijkheid te dragen.
Vrij maken van grond is in het belang van iedereen die wil
meewerken aan een vruchtbare toekomst van de BD landbouw.
Het is dus niet alleen een belang van boeren en idealisten,
maar ook van verwerkers, handelaars, consumenten en idealisten.
Wat is al beschikbaar?
We zijn natuurlijk al veel langer bezig met het vrij maken
van grond. Er zijn daardoor al een aantal gedachten, structuren
en mensen aanwezig die hiervoor kunnen worden ingezet. Tot
op heden is het echter zo, dat deze instrumenten vooral individueel
zijn ingezet.
Er zijn bijvoorbeeld een aantal bedrijven met een eigen beheerstichting.
Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan stichting Avalon, de Brink
enz. Stichting BD-Grondbeheer is beschikbaar voor meerdere
bedrijven. Stichting Loverendale en Loverendale BV zijn jaren
verbonden met Ter Linde en hebben sinds kort de Wilhelminahoeve
verworven, en hebben al sinds haar oprichting de doelstelling
in grond en gebouwen te investeren t.b.v BD-bedrijven.
Stichting Sleipnir is tot op heden vooral aktief geweest in
het zoeken naar een geschikte verhouding tussen ondernemers
en kapitaal. Hierbij is onder andere de commanditaire vennootschap
als instrument naar voren gekomen.
Loverendale heeft een merk ontwikkeld voor DEMETER-produkten,
waarbij merkrechten en fee-relaties zijn ontwikkeld. Met de
opbrengsten worden haar doelstellingen uitgevoerd.
Kraaybeekerhof kent zijn omscholingscursus en andere opleidingsmogelijkheden,
waarmee jonge boeren hun opleiding kunnen vinden.
Odin heeft het groente-abonnement zover ontwikkeld, dat het
een goed instrument kan zijn om samenhang te brengen in de
keten tussen producent en consument.
De BD vereniging kent het DEMETER-merk en de voorwaarden waaraan
telers, verwerkers en handelaars moeten voldoen. Daarnaast
organiseren zij overleg en verdieping voor boeren.
Wanneer al deze mogelijkheden op elkaar worden afgestemd ontstaat
een "BD gemeenschap" die in staat is om met de verschillende
eigendomsrechten om te gaan. In een dergelijke gemeenschap
is het vrij maken van grond niet alleen zinvol maar ook noodzakelijk
om de toekomst met vertrouwen tegemoet te kunnen zien.
Jan J.C. Saal
28 mei 1999 (bewerking Frank Loef) |